
(27-jun-26) En ineens was het zo ver: bloed in de urine en daardoor niet meer kunnen plassen. Terwijl ik toch echt heel nodig wat kwijt wilde…
Lang verhaal kort: enkele malen naar het ziekenhuis vervoerd, tweemaal door de echtgenote en eenmaal zelfs door een ambulance. Onderzoek toonde aan dat de boosdoener een grote tumor in mijn linkernier was. Zie de afbeelding ter linkerzijde. Ik doopte hem terstond Pier de Nier.
Maar Pier moest er dus uit gehaald worden. En zulks geschiedde, om precies te zijn op dinsdag 16 juni 2026, na enkele spannende weken vol onderzoeken, problemen en uiteindelijk dus deze diagnose.
Ik wilde Pier graag in een potje meenemen. We trokken immers decennialang gezamenlijk op en hij kon het niet helpen dat er een kraker in het pand getrokken was. Maar dat ging niet: na uitname (nogmaals: zie de afbeelding) zou er op het lijk van Pier een autopsie plaatsvinden, teneinde vast te stellen van welk model en typenummer hier sprake was.
En dat noodzaakte tot het in plakjes opdelen van het orgaan, waarna het onder een microscoop aan nadere beschouwing onderworpen moest worden. Gelukkig bleek de uroloog wel bereid om enige statieportretten van mijn trouwe kameraad te maken, ook al lag ikzelf terzelfdertijd als willoos slachtoffer er naast in de diepe slaap verzonken.
Pier, jongen… Het ga je goed. Je hebt tot de laatste seconde trouw mijn bloed gereinigd (ik heb de resultaten van je arbeid zelfs via een cameraatje aanschouwd!) en je niet in de luren laten leggen door die vermaledijde kraker. Die, zo schijnt het, wellicht al meer dan tien jaar geleden het vooronder als het zijne heeft ingericht en bewoond. Pier bleef aan het werk, onverstoorbaar.
Het spijt me dat onze wegen op deze ruwe manier scheiden.
0 reacties