
(20-okt-26) Opnieuw is er een jaar met talloze vorderingen voorbij: het tweede certificaat Latijn Leren Lezen is door René van Royen overhandigd.
We zijn er natuurlijk nog lang niet. Dat merk je al snel wanneer je ziet hoeveel werk en moeite het kost om Joris, de draak en de zeven in het Latijn om te zetten naar het Nederlands. De woordenschat is nog maar een piepkuiken, het inzicht in de structuur van het Latijn is na veel oefenen enigszins ontsloten, maar het blijft een hele puzzel.
Hoe vlieg je zo’n leesopdracht aan? Nou: door zin na zin uit te schrijven en uiteen te rafelen. Welke woorden horen bij elkaar, wat zijn de hoofd- en bijzinnen?
In het Latijn kan je de woorden van een zin in iedere, willekeurige volgorde achter elkaar zetten. Heel anders dan bijv. in de Nederlandse taal, wat een ‘plaatsingstaal’ is: de positie van het woord is rechtstreeks gekoppeld aan de functie. Dat is in het Latijn volkomen anders: de positie van een woord in de zin is van geen enkel belang.
Hiermee zijn we de komende jaren nog wel even zoet…!
0 reacties